• Design

Voor Maarten Baas gaan dromen en realiteit hand-in-hand

Hij had nog maar net zijn studie aan de Design Academy in Eindhoven afgerond, toen hij al wereldwijde faam verwierf met zijn collectie verbrande meubels. De werken van Maarten Baas zijn te vinden in tal van musea en in de privécollecties van sterren als Brad Pitt, Ye West en Adam Lindemann. Met zijn werk begeeft hij zich op het grensgebied tussen kunst en design, waarbij hij de toegankelijkheid van alledaagse objecten gebruikt om zijn verhaal te vertellen.

Je bent na je studie in heel korte tijd wereldberoemd geworden, waarbij je werken zijn opgenomen in toonaangevende musea en privécollecties van wereldsterren. Wat deed dat met jou?

Dat was een prachtig avontuur. Je stapt in zevenmijlslaarzen naar een punt in je carrière waar je normaal misschien tien jaar over zou hebben gedaan. Ineens waren alle ogen op mij gericht, waardoor ik wilde verbazen en verrassen. Het was voor mij nooit een doel om beroemd te worden, maar ik greep het wel met beide handen aan. Ik reisde de wereld over en liet geen kans voorbij gaan.

Vrij snel na mijn afstuderen kreeg ik bijvoorbeeld een solo-expositie aangeboden in Moss Gallery in New York tijdens de International Contemporary Furniture Fair (ICFF). Dit was dé hotspot van dat moment, waarvoor mensen drie straten lang in de rij stonden te wachten. Ik had slechts anderhalve maand om de expositie voor te bereiden, wat zelfs nu nog een uitdaging zou zijn. Ik heb dag en nacht gewerkt om het voor elkaar te krijgen. Ik weet niet hoe ik het gedaan heb, maar het is gelukt.

Je benadert design als kunstvorm. Hoe belangrijk is functionaliteit in jouw ontwerpen?

Het hangt heel erg af van de persoon voor wie ik iets maak. Als ik weet dat om het een gebruiksvoorwerp gaat zijn, houd ik daar rekening mee. Maar functionaliteit heeft steeds minder mijn prioriteit. Een rechtgeaarde ontwerper denkt vanuit de functie, waar vervolgens een vorm bij komt. Bij mij gaat het andersom: ik wil iets tot uitdrukking brengen, waarbij ik het bijvoorbeeld prettig vind om dit binnen het kader van een stoel te doen. Het verhaal staat voorop.

© Karoliina Redsven

En wat zijn de thema’s van de verhalen die je met je creaties vertelt?

Er zijn verschillende thema’s waar ik me mee bezighoud. ‘Tijd’ is bijvoorbeeld een thema waar veel mensen bekend mee zijn. Daaromheen heb ik een serie klokken heb gemaakt die onder andere te zien zijn op Schiphol. Een thema dat daarmee te maken heeft, is het ‘naïeve kinderlijke’. We worden ouder, wijzer en volwassener, maar verliezen daarmee ook die kinderlijke energie. De zoektocht naar dat kinderlijke komt bijvoorbeeld tot uiting in Clay, een kleurrijke serie gekleide meubelen.

Iets minder bekend is het thema ‘social media’. Ik vind het hebben van een mening een heel interessant gegeven. Iedereen heeft een mening en je bent zowel zender als ontvanger. Een van mijn werken binnen dit thema is ‘I think, therefore I was’, wat bestaat uit honderden beeldschermen met fragmenten van YouTube waarin ‘I think’ te horen is. Fragmenten variërend van celebrities tot gewone mensen op straat. ‘I think’ heeft in het Engels een dubbele betekenis: ‘ik denk’, maar ook ‘ik vind’. Het hebben van een mening is bijna een bestaansrecht. Deze beeldinstallatie is daar een uitbeelding van. Een kakofonie van gedachtes en meningen.

© Karoliina Redsven

Zowel Smoke als Clay zijn series meubelen. Waar komt je liefde voor meubilair vandaan?

Ik vind het fijn om een kader te hebben. Iets herkenbaars en toegankelijks, dat iedereen kent en waarmee ik mijn verhaal kan vertellen. Het alledaagse geeft je houvast en is makkelijker te verteren dan bijvoorbeeld abstracte kunst, om maar het andere uiterste te noemen. In plaats van meubelen had ik voor Smoke natuurlijk ook een gewoon stuk hout kunnen verbranden. Maar door dit met meubelen te doen, waar iedereen een bestaand beeld bij heeft, kan ik een extra laag toevoegen. Muziek spelen op een verbrande piano heeft bijvoorbeeld iets heel poëtisch.

Je was in eerste instantie niet geïnteresseerd in ‘massaproductie’. Uiteindelijk heeft Hans Lensvelt het toch voor elkaar gekregen dat er 50.000 exemplaren van de 101-stoel gemaakt zijn. Hoe heeft hij je hiertoe kunnen bewegen?

Ik kende Hans al langer. Ik was altijd erg enthousiast over zijn kunstinstallaties in Milaan en wist dat hij er voor openstond om te experimenteren. Ik had er vertrouwen in dat we samen iets vets konden maken. Mijn probleem met massaproductie is dat het steeds hetzelfde is en ik het na het eerste exemplaar al gezien heb. De 101-stoel is misschien massaproductie, maar toch heeft iedere stoel een eigen karakter. Iedere rugleuning is namelijk net iets anders, waardoor ieder exemplaar uniek is. Zo heb ik de massaproductie toch naar mijn eigen hand kunnen zetten.

© JW Kaldenbach
© JW Kaldenbach

Je hebt voor The Sketch ook meegewerkt aan het ontwerp van een gebouwencomplex. Hoe heb jij dit proces ervaren?

Rampzalig. Het is voor sommige mensen een heilige graal om architect te worden, maar voor mij niet. Iedere scheet die je laat, wordt beoordeeld door een bijdehante commissie die overal iets van vindt. Waarom zou ik mijn werk moeten laten keuren door mensen die er niet meer verstand van hebben dan ik? Dat gezegd hebbende is het wel een heel vet project geworden, want uiteindelijk hebben we die commissie wel overtuigd. In het centrum van Eindhoven staat nu een gebouw van zestien verdiepingen dat eruit ziet alsof het getekend is door een kind. Ik heb er veel van geleerd, maar ik weet niet of ik het snel weer zou doen.

© SDK Vastgoed
© SDK Vastgoed

Wat is voor jou persoonlijk het werk waar je het meest trots op bent?

De klokken, want daar komt een heleboel samen. De klokken zijn zowel terug te vinden in kunstcollecties als designcollecties. Ze horen thuis in beide werelden, maar het is ook meer dan dat. De klokken zijn een video, een optreden, en vertellen een verhaal over het vergaan van tijd. Al deze elementen komen op een heel natuurlijke manier samen.

Wat is voor jou het belangrijkste leermoment geweest in je carrière?

Na het succes van Smoke stonden alle schijnwerpers op mij gericht en voelde ik de druk om met iets goeds voor de dag te komen. Dan is het verleidelijk om iets te doen waarvan je denkt dat men het graag wil zien. Ik wilde indruk maken en dacht dat ik daar een hele trukendoos voor nodig had, terwijl ik dat eigenlijk niet wilde. Het idee van de felgekleurde gekleide meubelen was alles behalve indrukwekkend; het zag er eerder klungelig uit. Het was ook niet iets waarvan ik dacht dat mensen het zouden verwachten. Ik stak meubelen in de fik, dus zouden mensen ook weer zoiets verwachten. Er waren duizenden stemmetjes in mijn hoofd die zeiden: ‘Doe iets anders’. Toch zei mijn gevoel dat dit de juiste richting was. Op hoop van zegen heb ik ze het toch gemaakt, waarbij Clay uiteindelijk het succes van Smoke oversteeg. Wat ik daarvan heb geleerd, is dat ik naar mijn gevoel moet luisteren in plaats van naar al die rationele stemmetjes in mijn hoofd.

Wat is voor jou nog een droomproject?

Mijn droom en de realiteit gaan altijd hand in hand. Ieder project waarmee ik bezig ben, is op dat moment de droom die ik voor ogen heb. Toen ik net was afgestudeerd, was mijn droom om een piano te verbranden, wat ik kort daarna ook heb gedaan. Op dit moment is mijn droom de realisatie van een Artist-in-Residence. Een plek waar kunstenaars tijdelijk kunnen verblijven en werken. Samen met een vriend heb ik een stuk land gekocht in de buurt van Lissabon. Binnenkort starten we met de bouw van een restaurant en verschillende tiny houses, waarna we de eerste kunstenaars kunnen ontvangen. Dit is een droom die denk ik nooit helemaal klaar zal zijn.

© Mads Mogense